Nieuwe fosfaatregelgeving voor de varkenshouderij
Zoals bij iedereen bekend, moet de Nederlandse veehouderij terug in het gebruik van fosfaat. De
Nederlandse varkenshouderij moet voor 2013 via het voer een reductie halen van 10 miljoen kilogram
fosfaat door efficiënter om te gaan met voer. Daarnaast moet de hele veehouderij nog 30 miljoen
kilogram fosfaat reduceren in de Nederlandse landbouw via andere wegen, zoals verwerking en
export.
Het Bestuur van het Productschap Diervoeder (PDV) heeft op woensdag 2 november 2011 een verordening
aangenomen over verplichte minimum fosfaat efficiëntie normen. In deze productschapsverordening,
welke normaal gesproken op 1 april 2012 in werking zal treden, staat dat iedere onderneming binnen
een maand na afloop van het voorgaande kalenderjaar een fosfaat efficiëntieberekening moet indienen
bij het PDV. Het berekenen van de fosfaat efficiëntie kan met een excel-berekeningsprogramma welk
LTO en NEVEDI hebben ontwikkeld. Dit programma is ook te downloaden op de website van Brameco∙Zon
(Brameco∙Zon Actueel; artikel
‘Fosfaatreductie’ van 16 juni jl.). Let wel op dat overal totale kilogrammen ingevuld moeten
worden.
Wanneer een bedrijf niet voldoet aan de minimaal gestelde efficiency, kan onder andere een boete
worden opgelegd. Daarnaast wordt het bedrijf verplicht om in het dan lopende jaar maandelijks een
opgave van zijn fosfaatefficiëntie-berekening in te dienen. De extra kosten hiervan zijn geheel
voor de ondernemer. Mocht geen verbetering zichtbaar worden, dan kan het PDV het bedrijf andere
(financiële) verplichtingen op leggen.
In de vastgestelde verordening staat dat zeugen (incl. biggen) in 2012 een minimale
fosfaatbenutting moeten hebben van 37% en vleesvarkens minimaal 41%. Dit betekent dat van alle
fosfaat die op het bedrijf wordt aangevoerd, minimaal 37% bij zeugen en minimaal 41% bij
vleesvarkens via kilogrammen dier en/ of toename van dieren moet worden afgevoerd. De
efficiëntienormen die in de verordening staan, zijn lagere normen dan tot nu toe door onder andere
ZLTO gecommuniceerd zijn. De efficiëntie wordt berekend aan de hand van aanvoer van voer en dieren,
afvoer van dieren, uitval en voorraden voer en dieren. Op dit moment wordt er nog onderzoek gedaan
naar de vraag of voor brijbedrijven andere normen zouden moeten gelden, door een mogelijk andere
benutting van het aanwezige fosfaat.
Brameco∙Zon heeft verschillende bedrijven en droogvoeders doorgerekend. Wanneer bedrijven presteren
volgens het Agrovison gemiddelde, betekent dit dat de bedrijven normaal gesproken aan de normen van
2012 kunnen voldoen. In specifieke gevallen kan het echter nodig zijn om voor een andere categorie
voeders te kiezen.
Ons advies is om de situatie van uw bedrijf goed in kaart te brengen. De berekening maken kost maar
een kwartier en de eerste management stappen naar een betere fosfaat-efficiëntie (denk onder andere
aan het verbeteren van de voerconversie) geven een besparing op voerkosten en mestafzetkosten!
Vraag uw varkensvoorlichter om meer informatie.





