Managementmaatregelen ten bate van de zeugenhouderij

Graag willen wij met u de managementtools voor de zeugenhouderij bespreken.

Managementtools voor de zeugenhouderij

Gelten:
De zeugenhouderij start met fokgelten die onberispelijk goed moeten zijn. Dit betekent dat de opfok goed moet gebeuren d.w.z. in goede stallen met goed voer en een goed voerschema. Als gelten aangekocht worden, moeten zij goed opgevangen worden in een quarantaine stal. Zodra de gelten zo ver zijn dat ze gedekt kunnen worden, moeten ze aan enkele criteria voldoen, namelijk:

  • Minimaal 8 maanden oud
  • 140 à 150 kg en
  • 13 à 14 mm spek
Enkele tips:
  • Stimuleer en noteer de eerste berigheid, zodat u op het juiste moment deze dieren voor dekking kunt flushen.
  • Insemineer gelten pas bij de tweede of derde berigheid.
  • Zorg dat de gelten al aan de zeugenbox gewend zijn ruim voordat ze geïnsemineerd worden.
Insemineren:
Gun uzelf en/ of uw personeel de tijd om de zeugen, maar zeker ook de gelten rustig te insemineren. Het is immers geen wedstrijd.

Laat gedekte dieren tussen dag 2 en 28, na insemineren, op hun plaats staan. Voorkom elke vorm van stress. Dit werkt positief op het afbigpercentage en het aantal geboren biggen per worp.

Voeren tijdens de dracht:
Voer gelten via een oplopend schema en zeugen via een hoog/ laag/ hoog schema. Voor een gemiddelde gelt (wat conditie betreft) komt dit neer op 290 kg voer. Voor een gemiddelde zeug komt dit neer op 320 kg voer tijdens de dracht van dag 1 t/m 115. Meten is weten!

Helaas hebben niet alle zeugen bij spenen een gemiddelde conditie. Probeer de conditie in de eerste helft van de dracht te herstellen en voor alle zeugen uniform te krijgen. Conditie kan beoordeeld worden door de spekdikte meter of op het oog. Zijn er zeugen met een afwijkende conditie, pas uw voergift hier dan op aan. Weeg zeker enkele keren per jaar de voergift die u denkt te voeren na.

Verplaats de zeugen tijdig naar de kraamstal en laat deze verplaatsing niet gelijk lopen met de overgang van dracht naar lactovoer. Het heeft de voorkeur om deze overgang op ongeveer dag 110 te doen. Dit tijdstip is echter heel bedrijfsspecifiek. Als u niet helemaal tevreden bent over het afbiggen en/ of op de melk komen van de zeugen kunt u met dit tijdstip gaan schuiven. Het heeft de voorkeur om voor/ rond  het werpen van de zeugen niet minder dan 2,5 kg en bij gelten niet minder dan 2,2 kg te voeren.

Een praktijkproef heeft uitgewezen dat  het aantal doodgeboren aanzienlijk zakt door in plaats van <2,0 kg voer: >2,5 kg te voeren. Deze twee voerschema’s zijn willekeurig naast elkaar gevoerd. Een zeug heeft namelijk voldoende energie nodig om een topprestatie (werpen) te leveren.

Het geboortegewicht van de individuele big is heel belangrijk voor de overlevingskans. De uniformiteit van het geboortegewicht binnen de toom wordt naast andere factoren ook bepaald door de hoogte van de voergift aan het begin van de dracht. Vandaar dat in het begin van de dracht een hoog schema geldt.

Het gemiddelde gewicht van de geboren biggen wordt, naast andere factoren, mede bepaald door de totale voergift tijdens de dracht. Het geboorte streefgewicht is 1.350 gr/ big. Dit geboortegewicht is echter wel afhankelijk van het aantal geboren biggen. Bij een duidelijk lager gewicht is het raadzaam om het voerschema tijdens de dracht tegen het licht te houden en eventueel aan te passen.

Voeren tijdens de lactatie:
Het gewicht van de te spenen biggen wordt naast andere factoren ook bepaald door de hoeveelheid lactovoer. Ook het aantal geboren biggen in de volgende worp wordt deels bepaald door de hoeveelheid voer in het kraamhok. Zeugen in de eerste 14 dagen van de lactatie kunnen ook te hard gevoerd worden met als gevolg dat er te veel spanning op de uier komt.

Het goed voeren van zeugen in de kraamstal is dan ook bijzonder belangrijk en zeugspecifiek. Goede zeugen voeren tijdens de lactatie is niet voor niets een topsport. Een belangrijk hulpmiddel voor een goede lactovoeropname is een niet onnodig hoge temperatuur in het kraamhok. Wij adviseren 21 graden.

Een ander belangrijk hulpmiddel voor een goede voeropname tijdens de lactatie is een goede watervoorziening. De zeugennippel moet minimaal 2 liter/ minuut geven.

Spenen:
Het verdient de voorkeur om de zeugen elke week op een vast tijdstip te spenen in verband met een vast tijdstip van insemineren. Voer gespeende zeugen zoveel ze op kunnen met flushvoer of lactovoer, eventueel met dextrose (200 gram per dier/ dag).

Water:
Tot slot, maar zeker niet het minst belangrijk: de watergift van nippels  en ook de waterkwaliteit. Laat minimaal 1x per jaar uw waterkwaliteit bij de nippel onderzoeken. Ook hier weer geldt: meten is weten.

Nog even in het kort de belangrijkste managementinstrumenten op een rij:
  • Weegschalen
  • Rekenmachine
  • Spekdiktemeter
  • Thermometer
  • Maatbeker
  • Wateranalyse
Heeft u vragen over dit artikel? Neem dan contact op met uw varkensvoorlichter.

Mijn Brameco·Zon

Weersverwachting

Partly Cloudy 13 °C
Vrijdag 18 mei • Buienradar.nl